home artikelen lezingen e-books videoblogs

Recensie van 'Hemelreizen'

Datum: 10 februari 2014 | Waar: NieuwWij.nl

De protestants-gereformeerde stichting Woord en Wereld publiceert al tientallen jaren korte boekjes "tot versterking van het gereformeerde leven". Wat begon met de eerste publicatie in 1986 is uitgegroeid tot een reeks van bijna honderd cahiers. Eind vorig jaar werd de derde bijdrage door Lucius W. de Graaff gepubliceerd, Hemelreizen. Het boek belooft een vergelijking tussen de gebedspraktijk binnen de christelijke en de islamitische traditie. Helaas kan het niet aan die verwachting voldoen.

Het boek begon voor mij vooral met herkenning. In het voorwoord vertelt de schrijver dat de transliteratie voor Arabische termen is overgenomen uit het boek Islam. Norm, ideaal en werkelijkheid. Dit is het eerste boek dat ik ooit kocht over de islam. De vertaling van teksten uit de Koran is overgenomen uit de vertaling van Fred Leemhuis. Dit is een van de eerste koranvertalingen die ik ooit kocht. Ook wordt benoemd dat twee moslims het boek voor publicatie hebben gelezen en correcties hebben voorgesteld. Het primaire doel van het boek is volgens de schrijver een correct beeld te schetsen van het gebed in het christendom en de islam. Dit is namelijk een 'belangrijke voorwaarde' voor het voeren van 'een geloofsgesprek'. Zo'n voorwoord schept verwachtingen. Verwachtingen waar het boek helaas niet aan kan voldoen.

Het schrijven over twee godsdiensten waarvan de schrijver er zelf één voor waar houdt, leidt slechts zelden tot een goede objectieve vergelijking. Dit boek is daarop helaas geen uitzondering. De schrijver beschrijft de gereformeerde geloofsleer ('hoe het is') en de islamitische geloofsleer ('hoe moslims geloven dat het is').

Schrijven over het gebed stelt de schrijver voor een keuze: benader je het gebed vanuit een conceptuele analyse of vanuit een detailbeschrijving van de exacte handelingen? Het eerste is goed bruikbaar voor een vergelijking van de rol die de handeling speelt binnen de totale geloofsbeleving en dus het 'geloofsgesprek'. Het tweede is vooral relevant voor iemand die het ritueel ook daadwerkelijk wil uitvoeren. Die keuze wordt in dit boek echter niet gemaakt. Hoewel de primaire doelgroep de gereformeerde lezer is, worden zowel de geloofsoproep, het reinigingsritueel als het gebed stap voor stap beschreven. Als moslim valt dan direct op dat veel details in deze detailbeschrijving niet kloppen. Er staat een zin in de gebedsoproep op de verkeerde plaats, uitspraken uit het gebed zelf worden weggelaten, andere uitspraken worden verkeerd vertaald, etc. Ook worden constant voorwaarden, uitzonderingen, algemene handelingen en lokale gebruiken door elkaar benoemd.

Maar een belangrijkere vraag wanneer men een vergelijking wil schrijven, is welk aspect van het ene geloof vergeleken zou moeten worden met welk aspect van het andere geloof. Tot mijn verbazing kiest de schrijver ervoor de vijf dagelijkse gebeden van de islam te vergelijken met de christelijke gebeden. Het islamitische gebruik van de smeekbede (du'a) leent zich hier echter veel meer voor, maar wordt slechts kort aangehaald en foutief gekenmerkt als gebeden die kunnen worden uitgesproken naar aanleiding van een bijzondere gebeurtenis, 'meestal is dat een begrafenis of een bruiloft'. Later in het boek volgt nog wel een hoofdstuk met 'smeekbede' als titel, maar het behandelt vervolgens vooral andere onderwerpen.

Hoewel enerzijds de keuze welke vergelijking wordt gemaakt vreemd voorkomt en anderzijds wat binnen die vergelijking in detail wordt beschreven veelal feitelijk onjuist is, maakt dat voor het gehele boek niet veel uit. De kern van het boek is namelijk helemaal geen vergelijking tussen de gebeden, maar een vergelijking tussen de christelijke en islamitische geloofsleer. Deze vergelijking wordt gemaakt naar aanleiding van een ietwat gekunstelde poging om het Bijbelse 'Onze Vader' zin voor zin te linken aan de verzen van het eerste hoofdstuk van de Koran, al-Fatiha. Deze vergelijking vormt de kern van het boek en neemt ook ruim de helft ervan in beslag.

Ook deze vergelijking gaat uiteindelijk om de juiste christelijke visie en datgene wat moslims nu eenmaal geloven. Zo wordt de drie-eenheid vol passie uitgelegd en verdedigd. Daarbij wordt benoemd dat moslims het concept afwijzen, maar dat komt natuurlijk vooral omdat die moslims het allemaal niet hebben begrepen. De islamitische exegese van al-Fatiha lijkt nauwelijks een rol te spelen noch de wijze waarop de geloofsleer door moslims zelf wordt beleefd of gepredikt. De schrijver baseert zich grotendeels op zijn interpretatie van de Koran, een bron waarin God spreekt tot de mensen. In veel mindere mate komen ahadith (overleveringen) en seerah (biografieën) aan bod, bronnen waarin de Profeet (vrede zij met hem) en anderen als mensen spreken en leven tussen de andere mensen. Vervolgens wordt door de schrijver de conclusie getrokken dat de islam meer spreekt over vergeving in de relatie tussen God en de mensen dan over vergeving tussen de mensen onderling. Als je niet beter weet lijken dergelijke duidingen goed onderbouwd.

Is dit boek dan niet in haar doelstellingen geslaagd? Dat is maar zeer de vraag. Als je het leest als moslim, ontdek je al snel dat er weinig van klopt. Bij vlagen herken je in het geheel je eigen religie niet terug in wat je leest. Als je het leest als gereformeerde die écht wil leren over het islamitisch gebed of de islamitische geloofsleer, word je door dit boek niet juist geïnformeerd. Maar als je het boek plaatst in de doelstellingen van de hele reeks van stichting Woord en Wereld - 'cahiers tot versterking van het gereformeerde leven' - dan is het een goed geslaagd boek. Het versterkt voor de gereformeerde lezer het idee dat de religie die hij of zij aanhangt de juiste is.