home artikelen lezingen e-books videoblogs

Briefwisseling de Ruiter / Wildeman (3)

Datum: 28 januari 2014 | Waar: NieuwWij.nl

Beste Jan Jaap,

"Nu doet u het weer". Dat was de enig mogelijke openingszin die ik mij kan voorstellen voor deze brief. Mijn derde brief alweer. In mijn eerste brief stelde ik je welbeschouwd één vraag: wanneer is de rest van Nederland er klaar voor om de islamitische gemeenschap niet langer te tolereren maar te accepteren? In je reactie op die brief beantwoordde je mijn vraag niet, maar koos je ervoor de aanleiding voor mijn vraag te bagatelliseren door te spreken over 'geklaag en gemiauw'. In mijn tweede brief formuleerde ik mijn vraag specifieker: wanneer is de rest van Nederland er klaar voor om de islamitische gemeenschap te zien als een onderdeel van dit Nederland? Maar helaas, wederom kies je ervoor mijn vraag niet inhoudelijk te beantwoorden. In plaats daarvan stel je - overigens ten onrechte - dat de motivatie voor mijn vraag tegenstrijdig zou zijn aan andere uitspraken. Maar een antwoord geef je niet.

Waarde Jan Jaap, ik doe mijn best om in mijn brieven inhoudelijk te reageren op jouw vragen. Zou je in jouw volgende brief een inhoudelijke reactie willen geven op mijn vraag?

Wanneer is de rest van Nederland er klaar voor om de islamitische gemeenschap te zien als een onderdeel van dit Nederland? Niet langer als gast en al helemaal niet als indringer.

Geen tegenstrijdigheid
Overigens verbaast het me dat je meent een tegenstrijdigheid te lezen in mijn woorden. Juist in mijn laatste brief beschrijf ik nadrukkelijk dat ik acceptatie van de islamitische gemeenschap terecht zou vinden en dat het mijns inziens onze samenleving sterker zou maken, maar óók dat het geen doel op zich is (en waarom). Het moge toch duidelijk zijn dat niet alles wat 'terecht' is, ook defacto een 'doel' moet zijn. Laat staan dat het tegenstrijdig is om iets wél 'terecht' te noemen maar geen 'doel'. Neem als voorbeeld een politieke partij in relatie tot het verkrijgen van zetels en het is volstrekt duidelijk was ik bedoel.

Regels en voorbeelden
In je brief gaf je tevens een aantal voorbeelden van situaties waarin mensen kunnen verkeren. Ik was verbaasd over deze voorbeelden, omdat er geen lijn in leek te zitten. Je noemde voorbeelden van mensen die worstelen met een verbod (bijvoorbeeld een homoseksuele relatie). Je noemde een voorbeeld van mensen die worstelen met een gebod (bijvoorbeeld de hoofddoek). Ook noemde je een voorbeeld van iemand die worstelt met het krijgen van zijn recht (bijvoorbeeld begrip voor een geestelijke handicap).

Vanzelfsprekend is er géén eenduidig antwoord op deze in de kern verschillende situaties. Ik kan niet anders dan antwoorden in algemeenheden. Om het toch concreet te maken ga ik op één van de voorbeelden nader in.

Verschil tussen het geloof en de gelovigen
Allereerst ben ik ervan overtuigd dat er een verschil is tussen een geloof en haar gelovigen. Ik ben bekeerd tot islam, niet tot moslims. Ik geloof dat islam perfect is, moslims zijn dat niet. Ik maak zelf elke dag fouten. Het perspectief wat je aandraagt - 'mensen maken religie' - is niet mijn perspectief. Mijn perspectief is: 'mensen verhouden zich tot de religie'.

Juist omdat mensen niet perfect zijn kunnen zij niet de norm zijn waarop islam is gebaseerd. Je kunt als mens nog zó graag iets willen of verlangen (of juist niet), dát maakt het nog niet een gebod of verbod. Wij dienen niet onze verlangens als norm te projecteren op islam, maar islam als norm te projecteren op onze handelingen.

Dat brengt ons bij een van de specifieke voorbeelden uit jouw brief: 'Latifa' en 'Khadija' die hun geloof aan de wilgen hebben gehangen nadat de lokale islamitische gemeenschap hun ontluikende liefde niet accepteerde.

Er zijn twee aspecten van dit voorbeeld waarop ik wil reageren.

Sociale argumenten
Allereerst de keuze om hun geloof aan de wilgen te hangen vanwege de lokale islamitische gemeenschap. Deze motivatie zou jou als academicus toch ook tegen de borst moeten stuiten. Islam is een geloof wat leert dat de Koran het Woord van God is dat is geopenbaard aan de Profeet Mohammed, vrede zij met hem. Het besluit om niet te geloven dat dit 1.400 jaar geleden en duizenden kilometers hiervandaan heeft plaatsgevonden op basis van de sociale contacten met een handjevol van de meer dan één miljard moslims wereldwijd is volslagen irrationeel. Dat is alsof je besluit om niet te geloven in de stelling van Pythagoras omdat je wiskundeleraar onvriendelijk is.

Het valt mij in gesprekken met zowel ex-moslims als bekeerlingen op dat het sociale argument voor hen zo vaak een doorslaggevende factor is. Ik denk dat dat buitengewoon irrationeel is.

Islam verlaten omdat iets niet mag
Als iemand besluit om islam te verlaten omdat iets wat hij/zij wil of verlangt niet is toegestaan, dan vraag ik me af deze persoon überhaupt al islam volgde of alleen zijn/haar verlangens. Er zijn dagelijks dingen die ik wil of niet wil en die nu eenmaal niet toegestaan of juist verplicht zijn. Ik volg die regels omdat ik geloof dat het beter is de wet- en regelgeving van islam te volgen dan mijn eigen verlangens. Is dat altijd gemakkelijk? Nee. Kost dat tijd en moeite? Ja.

Deze twee aspecten nemen niet weg dat binnen de islamitische gemeenschap in Nederland op vele vlakken een hoop verbeterd mag en kan worden ten aanzien van de behandeling van mensen binnen én buiten de gemeenschap. Ik ben de laatste om dat te ontkennen. Juist daarom is het in een briefwisseling als deze belangrijk om het onderscheid te blijven maken tussen het geloof en de gelovigen.

Nourdeen Wildeman