home artikelen lezingen e-books videoblogs

Briefwisseling de Ruiter / Wildeman (2)

Datum: 21 januari 2014 | Waar: NieuwWij.nl

Beste Jan Jaap,

Laat ik beginnen met een geruststelling. Je gaf aan dat je mijn brief had gelezen met enige zorg. Je vermoedt frustratie, boosheid en bitterheid. Van bitterheid of frustratie is geen sprake. Wel voel ik soms enige boosheid, maar enkel het type dat mij inspireert en drijft om mij nog meer in te zetten voor de zaken die ik belangrijk vind.

Ik merk die instelling ook bij moslims om mij heen. Een broeder vroeg zich laatst hardop af: waar zouden wij als moslims in Nederland zijn zonder Geert Wilders? In zekere zin mogen we de tegenstand die we ervaren zien als een zegen. Het heeft veel moslims bewust gemaakt van hun geloof en motiveert hen om zich meer te verdiepen in de islam. Hetzelfde geldt voor veel bekeerlingen. Hoe vaak hoor ik niet van mensen voor wie de uitkomst van een zoektocht de omarming van islam is, dat het begin van hun zoektocht voortkwam uit alle negatieve media aandacht?

De slogan in een reclame voor sociaal verantwoord bankieren lijkt ook hier op te gaan: alles wat je aandacht geeft, groeit.

Geklaag en gejammer?
Toch vind ik dat je je in je antwoord op mijn vraag er iets te gemakkelijk vanaf maakt, wellicht mede geholpen door mijn vraagstelling. Je vindt dat ik me "niet te veel moet aantrekken van al het geklaag en gemiauw over de standpunten en initiatieven van moslims in Nederland" want het "hoort er gewoon bij". Die mening heb ik niet. Enerzijds denk ik dat 'geklaag en gemiauw' een understatement is. Anderzijds denk ik dat de mate en grofheid waarmee het zich manifesteert er niet simpelweg 'gewoon bij hoort'.

In deze context quote ik graag iemand die recentelijk op NieuwWij het volgende over dergelijk 'geklaag en gejammer' zei: "De geschiedenis heeft ons bewezen hoe desastreus een in eerste instantie schijnbaar zo onschuldige afkeer van een abstracte leer, religie of ideologie kan uitlopen op vervolging van en massamoord op mensen van vlees en bloed."

Maar belangrijker dan dat is een andere dimensie van mijn vraag. Ik merkte in mijn vraagstelling op dat moslims hier in Nederland niet langer te gast zijn, we zijn hier geboren en getogen. Ik beschreef in mijn brief dat ik hoop dat de islamitische gemeenschap een volwaardig onderdeel zal zijn van dit land. Dat de moslimgemeenschap een constructieve bijdrage zal leveren met betrekking tot burgerschap en nabuurschap.

Wellicht had ik mijn vraag preciezer moeten formuleren. Wanneer is de rest van Nederland er klaar voor om de islamitische gemeenschap te zien als een onderdeel van dit Nederland? Niet langer als gast en al helemaal niet als indringer.

Overigens merk je terecht op dat veel mensen in Nederland het prima vinden dat moslims op hun eigen manier integreren. Dat ben ik volledig met je eens. Het is zeker niet alleen kommer en kwel. Ik zie veel mogelijkheden en kansen.

De polderislam als toekomst?
In mijn beleving is het leven van een moslim die islam praktiseert als het kleuren van een kleurplaat. Je mag binnen de lijntjes je eigen kleuren kiezen, je eigen invulling geven en ieder eindproduct kan en zal verschillend zijn van de anderen, met haar eigen schoonheden en eigenaardigheden.

De observatie dat er in de interne dialoog binnen de islamitische gemeenschap wel erg veel aandacht lijkt te zijn voor de lijntjes en te weinig aandacht voor het kleuren deel ik. Het tegenvoorstel om de lijntjes dan maar los te laten deel ik niet. Het beeld dat je schetst van een rekkelijke 'EO-islam' is dan ook iets waar ik niet op zit te wachten.

De lengte van de baard, aan welke eisen een sluier moet voldoen en allerlei andere technische aspecten van de regelgeving van de islam zijn aspecten van de regelgeving van de islam. De kaders die Allah ons heeft gegeven waarbinnen wij kunnen handelen zijn islam. De dag dat we er genoeg van hebben om hierover vragen te beantwoorden is de dag dat we islam loslaten. Niet voor niets motiveert Allah in de koran moslims om op te roepen tot waarheid maar óók tot geduld. Ik onderschrijf volledig de noodzaak voor moslims om juist vanuit de islam de gehele samenleving te dienen. Dat benoem ik ook in mijn eerste brief. Islam geeft voldoende aansporing hiertoe en biedt voldoende ruimte en vrijheid om dit te ontplooien. Ik neem dan ook afstand van het idee dat rekkelijkheid van de regels hiervoor noodzakelijk is.

Geaccepteerd willen worden om wie je (niet) bent?
Er gaat echter meer schuil achter de omschrijving van de polderislam die ik in je brief lees, namelijk de tegenstelling die wordt gesuggereerd tussen 'vragen beantwoorden over baard en sluier' versus 'met respect voor elkaar aan de samenleving bouwen'. Dat is een tegenstelling die ik niet onderschrijf. Ik geloof juist dat moslims vanwege én inclusief alle aspecten van de regelgeving van de islam met respect voor anderen en zichzelf een bijdrage kunnen leveren aan een betere maatschappij. Maar ook het idee - wat ik telkens weer tegenkom - dat moslims pas écht een bijdrage kunnen leveren als vrouwen hun sluier afdoen en mannen hun baard afscheren werp ik verre van me.

Acceptatie van islam in Nederland vergroten is dan ook geen doel wat ik nastreef. Ja, ik denk dat acceptatie van islam in Nederland terecht zou zijn. Sterker nog: het zou de samenleving sterker maken. Nee, ik denk niet dat de alom aanwezige anti-islamitische sentimenten terecht zijn. Sterker nog: het verzwakt de samenleving juist. Maar wanneer acceptatie een doel op zich wordt, gaan mensen zichzelf of hun religie verloochenen. Ongeacht de vraag of de acceptatie zal toenemen of niet streef ik naar islam. Islam in mijn leven en islam in mijn bijdrage aan de wereld om mij heen.

Benieuwd naar je reactie.

Nourdeen Wildeman