home artikelen lezingen e-books videoblogs

De opkomst van gewelddadig Boeddhisme in Myanmar

Datum: 28 december 2013 | Waar: NieuwWij

Het nieuws dat we dagelijks voorgeschoteld krijgen kan een grote invloed hebben op de beeldvorming over bepaalde landen, groepen of religies. Tegelijkertijd conformeert het nieuws zich vaak aan de bestaande beeldvorming. Incidenten of conflicten die het bestaande beeld versterken worden overbelicht. Conflicten die totaal in tegenspraak zijn met de bestaande stereotypen en daardoor extra achtergrondinformatie vereisen, vallen tussen wal en schip. In het democratische Westen, waar de aandacht van de politici mede bepaald wordt door datgene wat de aandacht van de media heeft, kan dit verstrekkende gevolgen hebben.



Wellicht hét voorbeeld bij uitstek is het toenemende geweld in Arakan State, een provincie in het westen van Myanmar. Een escalerend conflict tussen moslims en boeddhisten. Uitgedrukt in cijfers gaat het om tientallen gesloopte en geplunderde gebedshuizen, honderden doden, duizenden afgebrande woningen en winkels en honderdduizenden vluchtelingen. Volgens Human Rights Watch is er sprake van etnische zuivering. Toch lees, hoor of zie je er maar weinig over. De moslims in dit conflict zijn geen mujahideen, die gewapend met zwart/witte vlag en kalashnikovs de oorlog verklaren aan alle 'ongelovigen'. Het zijn vooral vissers en kleine ondernemers. Een kleine minderheid in een groot Aziatisch land. Soennitisch, maar weinig orthodox. De boeddhisten zijn op hun beurt geen zachtaardige oude wijze mannen die in alle stilte en meditatie tot uitspraken komen die getuigen van diepe inzichten. Gekleed in de herkenbare oranje doeken en gewapend met geïmproviseerde speren en messen hitsen zij de overige boeddhistische bevolking op om in actie te komen. Op videobeelden uit de stad Meiktila is te zien hoe ze vluchtende moslims met stokslagen de dood in jagen. Probeer dat maar eens uit te leggen in een journaalreportage van één minuut.

Van vrijheid naar wreedheid
Myanmar werd in de recente geschiedenis bestuurd door de ene militaire junta na de andere. De bevolking liet het wel uit haar hoofd om zich in het openbaar te organiseren of uit te spreken. Maar met de komst van democratische hervormingen kwam er meer vrijheid, en niet alleen ten goede. In 2003 werd de radicale boeddhistische monnik Wirathu nog schuldig bevonden aan het aanzetten tot religieuze conflicten door het militaire bewind. In het kader van nationale verzoening kreeg hij in 2010 zijn vrijheid terug samen met vele andere gedetineerden. De periode van detentie had de monnik niet milder gestemd; direct keerde hij terug als leider van de radicale 969-beweging.

De taal van intolerantie en onverdraagzaamheid is over de gehele wereld hetzelfde. Wirathu roept zijn achterban op om te strijden voor een 'puur' boeddhistisch Myanmar en tegen alles wat een bedreiging is voor het boeddhistische gedachtegoed. Dergelijke redenering vereist een vijandsbeeld en het bleek niet moeilijk de bevolkingsgroep te vinden die deze taak op zich kon nemen.

De Rohingyabevolking als het zwarte schaap
Hoe en wanneer de islamitische Rohingya-bevolking in Myanmar terecht is gekomen is onduidelijk. De aanwezigheid van moskeeën van meer dan 200 jaar oud en het feit dat ze worden vermeld in historische documenten lijken te suggereren dat ze er minstens al enkele honderden jaren wonen. Maar door hun eigen taal en iets donkere huidskleur worden ze geassocieerd met de bevolking van het straatarme buurland Bangladesh. De landelijke overheid erkende de Rohingya in de jaren tachtig nog als etnisch Birmees, maar verlaagde hun status stapsgewijs naar legale permanente verblijfstatus, legale tijdelijke verblijfstatus tot illegale verblijfstatus. De bevolkingsgroep leeft noodgedwongen samengepakt in getto's en wordt niet tot nauwelijks beschermd door de lokale veiligheidsdiensten. Een makkelijk doelwit.

Volgens de monniken van de 969-beweging vormen zij dé bedreiging voor het pure boeddhisme. Wirathu omschrijft de Rohingya geregeld als dieren ('gekke honden') of gebruikt scheldwoorden als 'Bengali' of 'Kalar' (een variant op het woord 'nikker'). Tijdens vele bijeenkomsten en op dvd's wordt de boodschap van onverdraagzaamheid verspreid. Een verkeerde handeling van een Rohingya of de geruchten daarover leiden al snel tot woedende menigten en niet lang erna brandende woningen en winkels van moslims. Om te voorkomen dat per abuis de eigendommen van boeddhisten worden getroffen, worden deze gemarkeerd met kleurrijke stickers met het logo van de 969-beweging.

The face of Buddhist terror
De monnik Wirathu heeft zichzelf inmiddels de discutabele bijnaam 'de boeddhistische bin Laden' toegedicht. Een reden voor Time Magazine om eerder dit jaar de voorpagina te vullen met zijn portretfoto en het bijschrift 'the face of Buddhist terror'. De associatie tussen boeddhisme en terreur kon de overheid van Myanmar niet behagen en de uitgave van het blad werd verboden. Maar het signaal werd wel opgepikt door de Dalai Lama. Tijdens een conferentie in Praag in september dit jaar maande hij zijn volgelingen in Myanmar om terug te keren tot de leerstellingen van het boeddhistische ideaal, om er aan toe te voegen dat Boeddhisten ook over de veiligheid van hun 'moslimbroeders en -zusters' moeten waken.

Tijdens een bezoek aan Myanmar in november sprak ook de Amerikaanse president Barack Obama een volle zaal in de voormalige hoofdstad Yangon toe en benadrukte het belang van het erkennen van de Rohingya en hun recht op bestaan. "De diversiteit is een van de sterke krachten van Myanmar," sprak hij. Maar van een officiële erkenning van de Rohingya door de overheid is nog lang geen sprake. Ook hét icoon op het gebied van mensenrechten, nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi, houdt de boot af en beantwoordt vragen over de Rohingya ontwijkend.

Dikke vrienden
Ondertussen hoort u hier in Nederland nauwelijks iets over het lot van de Rohingya. Het is een te ingewikkeld conflict. Het conformeert zich niet aan de bestaande beelden over zowel Moslims als Boeddhisten. We hebben er ook nauwelijks last van; het beïnvloedt onze benzineprijzen niet en we hoeven ook geen militairen te sturen. In plaats daarvan sluiten we handelsverdragen met het land. "Een partnerschap gebouwd op politieke hervormingen, eerbiediging van mensenrechten en economische ontwikkeling," aldus een trotse minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) tijdens een handelsmissie in het land. Mensenrechten, alleen niet voor álle mensen.