home artikelen lezingen e-books videoblogs

Tweede Kamerverkiezingen & Islam (2/3)

Datum: 30 augustus 2012 | Waar: WijBlijvenHier.nl

In het vorige artikel over de rol van islam in de verkiezingsprogramma's voor de Tweede Kamerverkiezingen van halverwege september, besprak ik welke partijen ik buiten beschouwing heb gelaten en hoe de overige partijen de woorden 'islam', 'moslim' en in mindere mate 'moskee' ontweken in hun verkiezingsprogramma. Nu is het tijd om iets gedetailleerder in te gaan op de standpunten die bepaalde partijen formuleren in hun programma's.



De twee nietszeggende partijen: SP en GroenLinks
Van de zes partijen die 'in scope' zijn voor dit onderzoek valt op dat de Socialistische Partij en GroenLinks beide totaal geen standpunt innemen ten aanzien van de aanwezigheid van islam en moslims in Nederland.

De SP benoemt in haar programma wel dat ze een voorstander is van een sterke(re) bestrijding van discriminatie op de arbeidsmarkt. Hierbij benoemen ze specifiek discriminatie op basis van leeftijd, religie, sekse, afkomst of seksuele geaardheid. Aangezien we helaas nog meemaken dat discriminatie op grond van religie - vooral wanneer sollicitanten uiterlijk herkenbaar zijn als praktiserende moslim(a) - nog meer dan incidenteel voorkomt is dit een positief punt. Maar hiermee is dan ook het enige aan moslims te relateren standpunt van de SP besproken. De partij heeft Tweede Kamerlid Harry van Bommel op een 4e plaats op de kandidatenlijst gezet; een man die zich altijd expliciet heeft ingezet voor een rechtvaardige behandeling van het Palestijnse volk. Maar ook Sadet Karabulut staat met een 6e plaats hoog op de lijst. Zij heeft integratie als aandachtsgebied en sprak zich in het verleden expliciet uit tegen islam. "Voor standaardlessen in islam of katholicisme moet geen plaats zijn in het openbaar onderwijs," schrijf ze op de website van de SP. Over de boerka schreef ze: "Moeten we de boerka dan maar gewoon gaan vinden? Nee, natuurlijk niet. Daarmee zouden we ja zeggen tegen onderdrukking van vrouwen en superioriteit van mannen."

Een andere nietszeggende partij op het gebied van islam en moslims is GroenLinks. Opmerkelijk, omdat de partij in het verleden er niet voor terugdeinsde zich sterk tegen islam uit te spreken. De voormalig partijleider Femke Halsema vertelde aan DePers dat zij 'moeite (heeft) met de hoofddoek' en dat zij niet kan wachten totdat vrouwen die er een dragen 'in vrijheid hun hoofddoek zullen afslingeren'. Over haar wijk zei ze: "natuurlijk is de islam een probleem".

Ook Tweede Kamerlid Tofik Dibi keerde zich tegen algemene islamitische principes door zijn openlijke steun aan Irshad Manji die zich inzet voor de acceptatie van homoseksualiteit binnen de islam, door de online petitie 'Final Fatwa' waarin hij zich keerde tegen dit onderdeel van de islamitische jurisprudentie en door zijn herhaaldelijke afkeur van sharia. In het verkiezingsprogramma van GroenLinks is echter totaal niets terug te vinden over islam en met Dibi op een 10e plaats op de kieslijst is zijn terugkeer in de Tweede Kamer na de verkiezingen vrijwel uitgesloten.

Scheiding tussen kerk en staat
In hun verkiezingsprogramma's gaan een aantal partijen specifiek in op de scheiding tussen kerk en staat of met andere woorden: tussen religie en de overheid. Het CDA hecht "aan de scheiding tussen kerk en staat. Binnen de publieke ruimte is er ruimte om blijk te geven van persoonlijk geloof. De grens ligt daar waar de kernwaarden van rechtsstaat en democratie worden aangetast".

Ook de VVD gaat uitgebreid in op de scheiding tussen overheid en religie. In hun programma lezen we: "de VVD staat respectvol, maar neutraal ten opzichte van religie. Het subsidiëren van religieuze activiteiten, interreligieuze dialogen, moskeeën, kerken of geloofsgemeenschappen is geen taak van de overheid. Deze neutrale houding is in het belang van religies zélf. Daarmee wordt voorkomen dat de overheid partij wordt in een concurrentie tussen religies en dat de ene religie wordt voorgetrokken boven de andere, of wordt achtergesteld. Juist deze neutraliteit garandeert ieders vrijheid in ons land om te geloven wat hij wil, of om niets te geloven.

De VVD bemoeit zich in beginsel dus niet met religie, maar accepteert onder geen beding dat onder de vlag van religie inbreuk wordt gemaakt op onze kernwaarden, onze democratische rechtsorde en de bijbehorende instituties en wetten". Hoewel tot hier aan toe de VVD zich dus uitspreekt tegen het voortrekken van de ene religie voor de andere, maakt ze direct hierna een onderscheid tussen het Jodendom, het Christendom en de Islam door te schrijven: "Shariarechtspraak is fundamenteel in strijd met onze rechtsstaat en is voor de VVD onacceptabel". Deze uitspraak, zonder een gelijke duiding over de Joodse rechtspraak en het kerkelijk recht in Nederland ondermijnt de eerder voorgestelde neutraliteit.

De PvdA is een vreemde eend in de bijt. Vlak na de val van het kabinet en de aankondigingen van nieuwe verkiezingen was op haar site nog het volgende te lezen: "De islam is tegenwoordig een van de grote godsdiensten in ons land en moslims komen dezelfde rechten en vrijheden toe als elk ander. Inclusief de bouw van een moskee met minaret! De verschillende stromingen binnen de Nederlandse islam moeten uiteraard passen binnen de Nederlandse rechtsstaat, dus met respect voor democratie en de scheiding van kerk en staat, en in overeenstemming met de wet. We moeten ervoor zorgen dat de islam zich op deze manier goed wortelt in Nederland." Deze tekst, waarin de partij benoemt dat islam bij Nederland hoort en dat moslims gebedshuizen mogen bouwen is echter nu de verkiezingen dichterbij komen van de site verwijderd. In plaats hiervan is een nieuw stuk tekst geplaatst, maar dan over gezichtsbedekkende kleding.

Het verbod op het dragen van een boerka
Want het verbod op gezichtsbedekkende kleding en de mogelijke wetgeving daarover was in navolging van Frankrijk en België ook in de Nederlandse politiek een gespreksonderwerp. En de tekst op de site van de PvdA waarin stond dat er moskeeën mogen worden gebouwd is inmiddels vervangen door een tekst over de boerka. Nu lezen we: "de PvdA vindt de boerka niet passen bij onze vrije en geëmancipeerde samenleving. Het ontneemt vrouwen de mogelijkheid tot ontplooiing en participatie. Waar gelaatsbedekkende kleding bijvoorbeeld in het onderwijs of in het openbaar vervoer een reëel probleem vormt, moet het gewoon worden verboden. Dit kan ook al. Een volledig boerkaverbod waarbij de overheid ook op straat voorschrijft welke kleding je wel en niet mag dragen, is echter een stap te ver en past niet bij Nederland". Hoewel de PvdA zich dus keert tegen de boerka is het geen voorstander van een verbod. In het verkiezingsprogramma stellen ze het nog scherper: "een volledig boerkaverbod druist in tegen het principiële recht op vrijheid om je eigen leven in te richten".

D66 stelt het in haar verkiezingsprogramma iets genuanceerder en schrijft in haar programma dat ze geen aanleiding ziet voor het boerkaverbod. "Mensen zijn vrij in hun kledingkeuze. Als het gaat om werk mogen echter wel eisen aan gesteld worden. Zo kan er bepaalde kleding worden voorgeschreven omwille van de hygiëne, de veiligheid of de neutraliteit die een bepaalde functie moet uitstralen".

De VVD doet een uitspraak over gelaatsbedekkende kleding niet in het hoofdstuk 'religie' maar 'integratie' en stelt: "de VVD wil dat mensen elkaar open en herkenbaar tegemoet treden. Om die reden zijn we voorstander van een verbod op gezichtsbedekkende kleding."

...in deel 3 meer over godslastering en beperkingen van geloofsvrijheden in de verkiezingsprogramma's.