home artikelen lezingen e-books videoblogs

Het gebed bijwonen in de moskee

Door: Nourdeen Wildeman
Datum: 16 mei 2012
Waar: Trouw.nl (Religie & Filosofie Blogs)


Ze zeggen dat een baby in de baarmoeder al geluid kan horen. De verhalen dat het luisteren naar Mozart bepaalde ontwikkelingen beïnvloedt zijn overdreven - naar ik heb begrepen - maar het kind schijnt wel de stem van de moeder te kunnen waarnemen. Het lijkt erop dat vooral de manier waarop de moeder spreekt - ritme, intonatie, soort klanken - door het nog ongeboren kind worden opgevangen en onbewust onthouden. Zo ontstaat een voorliefde voor wat in letterlijke zin de 'moedertaal' genoemd kan worden...



Toen ik pas moslim was geworden, was er in de stad waar ik woonde één moskee; makkelijk kiezen dus. De 'preek' vindt binnen de Islamitische traditie plaats op het tijdstip van het vrijdagmiddaggebed. Maar moslims bidden vijf keer per dag en dat kan dan ook vijf keer in de moskee. Gezamenlijk en in rechte rijen. Jong en oud, rijk en arm, zwart en wit, schouder aan schouder, voet aan voet. Een moment van aanbidding, van rust, werken aan de relatie en de 'life-line' tussen jou en jouw Schepper, volgens het voorbeeld van de Profeet Mohamed (vzmh) en anderen die hem voorgingen. Vele avonden heb ik in die tijd in de Moskee doorgebracht; tussen de gebeden door in de leslokalen met een boek of in gesprek met andere bezoekers.

Ik woon daar al een tijdje niet meer en ga nu naar moskeeën dichterbij mijn werk. Ik ben veel onderweg en ga dan naar de Moskee die toevallig het dichtst in de buurt is. Vaak wordt er gesproken over een 'Turkse Moskee', een 'Marokkaanse Moskee' en dergelijke. Dat verwijst meestal naar de gemeenschap die de moskee heeft opgericht, niet naar een theologische stroming of achtergrond van het gebedshuis. Uiteindelijk zijn we allemaal moslims, dus iedere moskee is toegankelijk voor iedere moslim en overal ben je meer dan welkom om aan te schuiven voor het gebed. En zo leerde ik na verloop van tijd veel verschillende gebedshuizen kennen.

Laatst was ik toevallig weer eens in de stad waar ik woonde toen ik pas moslim was. Rond het tijdstip van het 4e gebed van de dag, dus makkelijk om even langs de moskee te rijden voor het gebed. Ik denk dat ik er al bijna een jaar niet meer was geweest. Terwijl de wereld constant zo snel in beweging is, is het fijn eens op een plaats te zijn waar de tijd stil lijkt te hebben gestaan. Het tapijt was er nog steeds iets harder dan in de meeste andere gebouwen. Dezelfde oude mannen zaten in dezelfde hoekjes met dezelfde kleding aan dezelfde gesprekken te voeren. Toen we in de rijen gingen staan voor het gebed vormden als vanouds een paar mensen een onhandige rij tussen de pilaren. De meeste anderen deden dit niet, dus sloten eerstgenoemden na een paar subtiele seintjes weer aan bij de grotere rij.

Maar het kippenvelmoment voor mij was de adhaan, de oproep tot het gebed. Nog steeds een taak die de penningmeester op zich nam. De gebedsoproep die mij zo vaak mijn boek heeft doen neerleggen en klaarmaken voor het gebed. Ik weet exact wanneer hij een toon omhoog en omlaag zal gaan, wanneer hij een woord langzamer uitspreekt en waar hij zijn accenten legt. Als ik mijn ogen sluit voel ik me net weer die vaste bezoeker die als nieuwe moslim nog moest wennen aan deze routine. "La ilaha il'Allah", er is niets of niemand die het verdient om aanbeden te worden behalve God.

De imam loopt naar voren. Ik vind een plekje naast een oude gepensioneerde Marokkaanse man. Ik weet dat hij jarenlang hard en zwaar werk heeft gedaan wat zijn lichaam niet ten goede is gekomen.. Maar ik weet ook dat hij zoveel houdt van het gebed en dan vooral van het moment waarop we ons volledig neerwerpen voor God, dat hij die positie meestal sneller bereikt dan ik. De imam loopt naar voren en begint met het gebed. In het Arabisch reciteert hij eerst het eerste (korte) hoofdstuk van de koran en daarna een deel naar keuze. Ik geniet intens van zijn recitatie. Niet omdat het nu specifiek zo goed of zo mooi is, maar omdat zijn stem de stem is van de eerste gebeden die ik heb meegemaakt. Op de een of andere manier ben ik weer helemaal thuis, weer helemaal op de plek waar ik hoor en waar ik wil zijn. Het zijn de adhaan en de recitatie van het gebed. Het ritme ervan, de intonatie en de soort klanken die ik heb onthouden, die een speciale plek in mijn hart hebben veroverd.

We buigen voorover om ons volledig neder te werpen voor onze schepper. De man naast me is sneller bij de grond dan ik. Als mijn gezicht naast de zijne de grond raakt hoor ik hem herhaaldelijk zachtjes fluisteren: "Soebhaana Rabbi-j-al-'Alaa", glorie is voor mijn Heer, de Allerhoogste...