home artikelen lezingen e-books videoblogs

Broederschap in Islam

Door: Nourdeen Wildeman
Datum: 22 april 2009
Waar: Nederlandse Islamitische Omroep (NIO)


De heenweg was pittig. Mijn vlucht ging zo vroeg, dat ik niet meer in de ochtend met het openbaar vervoer naar luchthaven Schiphol kon komen. Het leek een goed idee om de avond ervoor alvast te gaan en te slapen in de vertrekhal. Een slecht idee. Hoewel de vlucht minder dan 4 uur duurde, was ik ruim 12 uur onderweg. Toen ik het hotel net buiten Istanbul inwandelde wilde ik maar één ding: slapen.

Ik was niet de enige. We waren met een flinke groep, grotendeels bekeerde Moslims uit verschillende Europese landen. Griekenland, Hongarije, Tsjechië, België, Engeland. Iedereen ver van huis, dat schept een band. Wat ook een rol speelde was Islam. Broederschap, ik had nooit kunnen vermoeden hoe het voelt. "Aghy fi deen" noemen we elkaar, "broeder in het geloof". Net als in Marokko, net als in Jordanië, net als in Nigeria. Je kijkt elkaar aan, geeft de Salaam (Islamitische vredesgroet) en klaar ben je.

Ik herinner me dat ik in Petra liep, in Jordanië, en een bedoeïene tegen het lijf liep. "Salaam" zei ik tegen hem, "Salaam, aghy fi deen". Door mijn gebrekkige Arabisch konden we verder geen woord met elkaar wisselen en onze referentiekaders lagen (letterlijk) mijlen uit elkaar. Hij maakte een kopje thee voor me en speelde een lied op een lokaal instrument. Ik genoot van de zon in mijn gezicht, het geluid van zijn zang en de zoete thee. Nooit hadden we elkaar eerder gezien, nooit heb ik hem weer gezien. Broederschap.

Nu zit ik in de bus van het centrum terug naar het hotel. In de Blauwe Moskee heb ik gebeden samen met Hayrullah, een grote brede Griekse Moslim die nu in Amerika woont. Samen hebben we gewandeld door de smalle marktstraatjes en we hebben elkaar - weinig succesvol - geholpen met afdingen van kleine koopjes. Ik zit bij het raam en probeer te slapen. Hij zit met beide benen in het gangpad te praten met de broeders uit Tsjechië. Als hij ziet hoe ik draai en zoek naar een comfortabele houding, zegt hij zonder terughoudendheid "brother, just use my back". Ik leg mij hoofd op zijn rug. Terwijl hij verder praat val ik in slaap. Broederschap.

In Nederland zou ik zoiets nooit gedaan hebben. Ik kijk wel uit! Hier zijn we vooral met onszelf bezig; je moet wel een hele goede band met iemand hebben voor zoiets kan. Zelfs dán zouden mensen zich ongemakkelijk voelen. "Zo goed ken ik je ook weer niet", "ik heb niet met je geknikkerd" of "ik hang toch ook niet tegen jou aan". Ik ben er zo aan gewend geraakt dat het me niet eens meer opvalt. Sterker nog, ik zou zelf ook zo reageren. Maar zodra ik in de Islamitische wereld ben is het anders, alsof het geluid van de gebedsoproep mij van binnen verandert. "Vrede zij met jou, broeder in het geloof"; het is de sleutel voor alle deuren.